Bijknippen van de haag

Bijknippen van de haag

Een muur van groen

Een volle, al dan niet strakke haag rondom de tuin of het terras is een goede barrière. Het behoedt u niet alleen voor nieuwsgierige blikken van buren en voorbijgangers. Een goede haag is zeker ook een goede windvanger en hij houdt het geluid enigszins tegen. Tuineigenaars kunnen opteren voor strakke of losse hagen, uniforme hagen bestaande uit één plantensoort, gemengde hagen, dubbele hagen, weerhagen en bloeiende hagen. Ze hebben de kans te kiezen voor immergroene hagen en bladverliezende hagen. Het aantal haagplanten is inderdaad erg uitgebreid. Daarom geldt ook voor het aanplanten van een haag: bezin eer ge begint. Een haag gaat immers vele jaren mee, vaak veel langer dan een mensenleven. Ook de bodemgesteldheid speelt een rol bij de keuze van een haag. Op uitgesproken kalkrijke gronden zullen buxus en taxus voldoen en bijvoorbeeld Spaanse aak. Op zware gronden opteer je best voor haagbeuk, terwijl gewone beuk vaak op lichtere gronden optimaal wil groeien.

Snoeien van lage haagjes.

Voor de lagere hagen komt bijvoorbeeld Buxus sempervirens in aanmerking. Dit overbekende struikje vormt mooie strakke haagjes, die in elke tuin passen. Door hun beperkte groeisnelheid worden ze vrijwel uitsluitend gebruikt voor lage afscheidingen. Maar voor mensen met geduld is buxus ook geschikt voor hagen van meer dan 2 m. Mag het haagje niet hoger worden dan een halve meter, dan is de langzaam groeiende Buxus sempervirens ‘Suffruticosa’ een zeer goede keuze. Deze soort werd vroeger massaal gebruikt in kasteeltuinen. Voor de aanplant van Buxus worden – afhankelijk van het formaat bij aankoop – vier tot zes stuks per meter geplant.

Een goed alternatief voor Buxus is hulst en dan speciaal Ilex crenata. Deze struik lijkt veel op Buxus, maar groeit sneller en draagt zwarte besjes. Ilex crenata groeit het beste op een enigszins vochtige bodem en bereikt daar met enig geduld een hoogte van 2 m.

Ook de Lonicera nitida ‘Elegant’ past goed in dit rijtje van laagblijvende haagplanten thuis. Deze struikkamperfoelie bereikt vrij snel een hoogte van 1 m. Vrij van onderhoud is deze plant niet. Hij maakt vrij veel zijtakken. Wel heeft dit struikje in mei en juni extra sierwaarde door de witte bloemetjes.

Berberis verruculosa is een sterk struikje met gele bloemetjes, gevolgd door blauwe besjes. De takjes bezitten veel stekels en ook de blaadjes zijn licht gestekeld waardoor deze berberishaag een effectieve en decoratieve afscheiding vormt.

Wie in de breedte iets meer plaats heeft, kan ook eens denken aan een laurierhaagje. Prunus laurocerasus ‘Otto Luycken’ is de meest geschikte soort voor een kleinere haag. Bredere hagen leveren verder Rhododendron, groene of scherpe hulst (Ilex aquifolium) en de struikvormige klimop (Hedera helix ‘Arborescens’).

Bladverliezende hagen

Voor strakke hagen komen beuk, haagbeuk, meidoorn en veldesdoorn of Spaanse aak in aanmerking. Deze bomen verdragen snoei opperbest en kunnen perfect in vorm gehouden worden. Meidoorn heeft stevige doornen en werd daarom eeuwenlang als weerhaag gebruikt. Pas door de opkomst van de prikkeldraad zou ze terrein inboeten. Tegenwoordig worden hagen van meidoorn weer in ere hersteld. Ook in de diefstalpreventie kan een meidoornhaag goede diensten bewijzen. Spaanse aak of veldesdoorn is dan weer aangewezen op schaduwrijke plekken. Voor lossere hagen komen heel wat meer planten in aanmerking. Op grote terreinen mogen hagen weer erg natuurlijk ogen. Hier speelt vooral de bodemgesteldheid een rol. Per bodemsoort, hebben tuineigenaars de keuze uit de volgende soorten. Gemengde hagen worden boeiende biotopen die een rijke fauna herbergen. Wanneer er voldoende stekelige struiken tussen staan zoals bramen en rozen is zulk een haag snel ondoordringbaar.

Snoeien van wintergroene hagen

De ideale periode voor het snoeien van wintergroene hagen strekt zich uit van begin mei tot half juli. Manlief kan dus best dan aan de werk worden gezet. Er kan tot half augustus gesnoeid worden, maar…..de jonge scheuten die je haag na het snoeien zal vormen, zijn dan een stuk vorstgevoeliger. Voor sommigen vorstgevoelige planten is dat van belang. Wie het deze winter voor had kan daar van meespreken. Door de strenge vorst kan je meer van een bruine dan groene haag spreken.

Hagen met planten met grote bladeren, zoals Elaeagnus x ebbingei, Laurierkers en de grootbladige hulstsoorten, zouden eigenlijk best gesnoeid worden met een snoeischaar, waarmee u de twijgen tussen de bladeren doorknipt. Anders worden de bladeren doorgesneden en dat is ronduit lelijk. In de praktijk zorgen we voor een scherp snijdende heggenschaar.

De kleinbladige hagen zoals, Taxus baccata, Ligustrum, Leylandii, Buxus en Berberis, worden met een al dan niet mechanisch aangedreven heggenschaar geschoren.

De belangrijkste en meest toegepaste haagplanten zijn:
Haagplantsoen: Acer campestre, Carpinus, Crataegus, Fagus, Ilex
Coniferen:Taxus, Cupressocyparis Leylandii, Thuja soorten

Heesters:
Buxus, Lonicera nitida, Ligustrum, Berberis, Prunus laurocerasus

Minder toegepaste haagplanten zijn:
Alnus incana, Lavendula, Euonymus fortunei,

Comments are closed.